De stablecoinmarkt kromp in juni harder dan in jaren, en dat gebeurde zonder paniek, zonder een spectaculaire crash en zonder dat de meeste beleggers het doorhadden. Sinds de piek in mei is er ongeveer 10 miljard dollar uit de sector gestroomd, waarvan het grootste deel in juni. Het is de stilste soort krimp die er bestaat, en juist daarom verdient hij aandacht: als de liquiditeit terugloopt, verdwijnt de brandstof waarop de rest van de cryptomarkt draait.
Kerncijfers
- Totaal stablecoinaanbod: circa 312 miljard dollar
- Daling in juni: 7,7 miljard dollar (-2,39%)
- Verlies sinds de piek in mei: ongeveer 10 miljard dollar (circa 3%)
- Marktaandeel USDT: bijna 59%
Volgens data van DefiLlama staat de markt nu rond de 312 miljard dollar. Tether (USDT) is met ongeveer 184 miljard dollar veruit de grootste, gevolgd door Circle’s USDC met zo’n 73 miljard. Die twee tokens samen dragen het leeuwendeel van de sector, en zij zorgden ook voor het grootste deel van de terugval. USDT zakte van circa 190 miljard in mei en verloor ongeveer 6 miljard aan omloop, terwijl USDC sinds een piek in maart bijna 7 miljard inleverde over vier maanden.
Waarom dit meer is dan een cijfertje
Voor wie net begint: stablecoins zijn digitale munten die aan de dollar gekoppeld zijn en die handelaren gebruiken als reken- en afrekeneenheid. Ze zijn de dollar-in-crypto. Loopt het aanbod terug, dan betekent dat vaak dat mensen tokens hebben ingewisseld voor echte bankdollars of hun kapitaal buiten crypto hebben geparkeerd. Het gevolg is minder dollargedekte koopkracht voor Bitcoin, Ether en de rest. Precies dat maakt een dalend aanbod een signaal dat je serieus moet nemen, ook al oogt drie procent bescheiden.
De timing is veelzeggend. De krimp viel samen met een zwakke maand voor cryptobeleggingsproducten. Amerikaanse spot Bitcoin ETF’s beleefden in juni hun slechtste maand ooit, met ongeveer 4 miljard dollar aan uitstroom sinds de lancering in 2024. Institutionele fondsvraag en on-chain dollarliquiditeit verzwakten dus tegelijk, terwijl de koersen onder druk bleven. Bitcoin dook daarbij onder de 60.000 dollar.
Grootste maanddaling sinds Terra, maar geen Terra-scenario
In dollars is dit de zwaarste maanddaling sinds de ineenstorting van TerraUSD in mei 2022. Toch is de vergelijking misleidend als je alleen naar dat woord kijkt. In 2022 kromp de stablecoinsector met zo’n 26 procent na de val van Terra, een reeks kredietverstrekkers en uiteindelijk FTX. Deze keer gaat het om een fractie daarvan. Paul Howard, senior director bij handelshuis Wincent, noemde de daling “a relatively small pullback in what we believe is a long-term growth market.”
Interessant is dat de activiteit niet in hetzelfde tempo daalde als het aanbod. Het aangepaste transactievolume bereikte in juni een record van 1,78 biljoen dollar, waarvan USDC ongeveer 1,21 biljoen verwerkte en USDT 573 miljard. Minder tokens kunnen dus nog steeds een zware betaal- en handelsstroom dragen. Op de gecentraliseerde beurzen stegen de stablecoinvolumes zelfs met bijna 11 procent, de eerste maandstijging in vijf maanden.
Tokenisatie loopt de andere kant op
Terwijl stablecoins terugliepen, groeide de wereld van getokeniseerde activa juist door. De on-chain waarde daarvan passeerde in 2026 de 30 miljard dollar, aangevoerd door getokeniseerde staatsobligaties, fondsen en private krediet. Het volume in getokeniseerde aandelen schoot in juni met 145 procent omhoog naar een record van 3,86 miljard dollar. De blockchainfinanciering bleef dus draaien, ook al haalden beleggers stablecoins terug.
Op regelgevingsvlak blijft er beweging. De Amerikaanse GENIUS Act legde een federaal kader neer voor betaalstablecoins, en toezichthouders werken aan regels rond klantidentificatie, sancties en reserves. Partijen als Fidelity en State Street brachten nieuwe reserveproducten voor gereguleerde uitgevers op de markt.
Wat nu telt: de cijfers wijzen op een pauze in de groei, niet op een instorting. USDT en USDC houden hun koppeling met de dollar vast en de handel blijft levendig. Zou het aanbod ook in juli verder krimpen, dan wordt duidelijker dat liquiditeit het systeem echt verlaat in plaats van tussen uitgevers en producten te verschuiven. Beleggers houden daarom de uitgifte, inwisselingen, beursvolumes en ETF-stromen van juli scherp in de gaten.












