Michael Saylor heeft zijn verzet tegen BIP 110 flink opgevoerd. De voorzitter van Strategy stelt dat deze tijdelijke soft fork de neutrale basisregels van Bitcoin ondermijnt, en dat de reparatie erger is dan de kwaal die ze wil oplossen.
Kerncijfers
- Signaleringsdrempel: 55% (1.109 van 2.016 blokken)
- Huidige mijnersteun: vrijwel nul, piek onder 1%
- OP_RETURN-limiet onder BIP 110: 83 bytes
- Looptijd van de regels: circa 1 jaar
De inzet klinkt technisch, maar draait om een simpele vraag: waar is de blokruimte van Bitcoin eigenlijk voor bedoeld? BIP 110, voluit de Reduced Data Temporary Softfork, wil datazware transacties een jaar lang aan banden leggen. Concreet komt er een limiet op grote datavelden, worden OP_RETURN-outputs teruggebracht tot 83 bytes en worden payloads gemaximeerd op 256 bytes. Outputs die al bestonden voor de activering blijven volledig buiten schot.
Waar het conflict echt over gaat
Voor wie hier nieuw instapt: OP_RETURN is het notitieveld van een Bitcoin-transactie, een plek om een klein stukje data mee te sturen. Via dat veld en via andere data-paden zetten projecten als Ordinals en inscriptions afbeeldingen, tekst en token-metadata rechtstreeks op de blockchain. Voorstanders van BIP 110 vinden dat een oneigenlijk gebruik dat nodes onnodig belast en Bitcoin wegtrekt van zijn rol als peer-to-peer geld.
Saylor draait die redenering om. In een stuk met de titel “110 Reasons BIP 110 Is a Bad Idea” schrijft hij dat het netwerk geen consensuswijziging zou moeten inzetten om te bepalen welke geldige transacties toegang tot blokruimte verdienen. Zijn kernpunt: het protocol kan onmogelijk weten waarom bepaalde data bestaat, of het nu om een afbeelding, een bewijs, een authenticatie of een toekomstig gebruik gaat. Hij erkent dat sommige inscriptions, tokens en bestanden waarde kunnen hebben of aan schadelijke activiteit gekoppeld kunnen zijn, maar vindt dat geen reden om de consensusregels te wijzigen.
Zijn slotzin vat de invalshoek scherp samen: “Bitcoin does not need guardians of purity. It needs guardians of neutrality.” Vertaald: Bitcoin heeft geen bewakers van zuiverheid nodig, maar bewakers van neutraliteit. Volgens Saylor horen mijners, node-operators en de feemarkt betwiste activiteit te regelen, niet een nieuwe regel op de basislaag.
De mijners stemmen met hun voeten
Wat het voorstel bijzonder maakt, is het activeringsmechanisme. BIP 110 gebruikt een user-activated soft fork die steun zoekt van 1.109 van de 2.016 gemijnde blokken, oftewel 55 procent. Dat is fors lager dan de gebruikelijke drempel van 95 procent. Toch komt zelfs die verlaagde lat niet in zicht.
De signalering blijft hangen op nagenoeg nul. Crypto.news meldde op 12 juli dat de mijnersteun in de buurt van het nulpunt zat, ver onder de drempel. CoinDesk becijferde dat de cumulatieve steun sinds mei nooit boven ongeveer één procent uitkwam en dat geen enkele grote mijnpool zich erachter schaarde. Onder de nodes die de keten opslaan en doorgeven blijft de adoptie in de lage enkele procenten, vrijwel volledig gedragen door Bitcoin Knots, een alternatief voor het dominante Bitcoin Core.
| Onderdeel | BIP 110 |
|---|---|
| Signaleringsdrempel | 55% (1.109 van 2.016 blokken) |
| Huidige mijnersteun | Vrijwel nul, piek onder 1% |
| OP_RETURN-limiet | 83 bytes |
| Payload-limiet | 256 bytes |
| Looptijd | Circa 1 jaar |
Splijtzwam of storm in een glas water
Saylor staat niet alleen. Blockstream-medeoprichter Adam Back schaarde zich eerder aan zijn kant en waarschuwde dat het afdwingen van betwiste regels zonder brede steun een reëel forkrisico creeert. Saylor noemde het consensusprecedent van het voorstel eerder “extremely dangerous”. De vrees: als een minderheid haar wil oplegt via een soft fork zonder mijnersteun, ontstaat er geen protocolwijziging maar een minderheidsketen die zich losweekt van de hoofdketen.
Aan de andere kant houdt Bitcoin-ontwikkelaar Luke Dashjr voet bij stuk. Hij wees oproepen om BIP 110 in te trekken van de hand, terwijl de discussie over Ordinals, Runes en ander datazwaar gebruik verder oplaaide. Zijn kamp ziet die activiteit als een groeiende belasting die de opslagvereisten opdrijft.
Saylor pleit voor traagheid op de basislaag. Zijn stelling is dat de waarde van Bitcoin juist voortkomt uit voorspelbare regels en niet uit een stroom aan nieuwe functies. In plaats van een consensuswijziging noemt hij beleidsmatige filters, pruning, feeprijzen en ontwikkeling op de tweede laag als manieren om het resourcegebruik te temmen. Terwijl BIP 110 richting zijn activeringsvenster in augustus schuift, plaatst hij neutraliteit demonstratief in het midden van het debat.












