Bitcoin loopt volgens beveiligingsexperts vooraan in de vuurlinie zodra er een quantumcomputer opduikt die versleuteling kan kraken. Niet omdat de cryptografie van het netwerk zwakker zou zijn dan die van een bank, maar omdat een open, decentraal systeem het eerste doelwit vormt en publiekelijk zichtbaar faalt. Eddy Zervigon, CEO van Quantum Xchange, noemt cryptovaluta daarom de kanarie in de kolenmijn. Het echte knelpunt zit volgens hem niet in de wiskunde, maar in de snelheid waarmee de gemeenschap tot een besluit komt.
Kerncijfers
- Verwacht Q-Day-scenario: rond 2029
- Qubits nodig om Bitcoins versleuteling te breken: minder dan 500.000
- Reductie ten opzichte van eerdere schatting: ongeveer 20x
- Consensus nodig onder miners voor een upgrade: 90%
De logica achter die waarschuwing is simpel. Een cryptografisch relevante quantumcomputer die de elliptische-krommecryptografie achter de handtekeningen van de Bitcoin-blockchain kan breken, kan datzelfde ook bij de versleuteling van bankinfrastructuur. Alleen zie je het bij een decentraal netwerk als eerste gebeuren. “Dat is de eerste plek van aanval vanwege het decentrale karakter”, aldus Zervigon. “Zodra je het daar ziet gebeuren, weet je dat iemand ergens een cryptografisch relevante quantumcomputer heeft.”
De klok tikt richting 2029
Zo’n machine bestaat nog niet, maar de schattingen over wanneer die er wel is schuiven naar voren. Zervigon wijst op de grote investeerders in quantumtechnologie zoals Microsoft, IBM en Google, die mikken op een commercieel en cryptografisch relevante quantumcomputer rond 2029. Hij verwijst daarbij naar uitspraken van onder anderen IBM-topman Arvind Krishna en benadrukt dat hij dat niet zelf verzint.
Recent onderzoek onderbouwt die versnelling. Google Quantum AI publiceerde begin dit jaar een studie, met medeauteurs als Justin Drake van de Ethereum Foundation en Dan Boneh van Stanford, waaruit blijkt dat het breken van de elliptische-krommecryptografie achter Bitcoin en Ethereum haalbaar is met minder dan 500.000 fysieke qubits. Dat is grofweg een twintigvoudige daling ten opzichte van een eerdere schatting uit 2023, die nog uitging van zo’n 9 miljoen qubits. De doorlooptijd wordt bovendien gemeten in minuten in plaats van dagen. Meerdere waarnemers, Google incluis, trokken de zogeheten Q-Day naar 2029.
Ook overheden voelen de druk. Het Witte Huis wil in 2028 over een krachtige quantumcomputer beschikken en waardevolle data en bezittingen voor 2030 overzetten naar post-quantumcryptografie. “Dat zet de klok”, zegt Zervigon. “Het creeert urgentie.”
Besluitvorming als zwakke plek
Voor wie het niet volgt: post-quantumcryptografie is versleuteling die bestand is tegen aanvallen van quantumcomputers. De techniek daarvoor is grotendeels klaar. De vraag is of Bitcoin die op tijd kan invoeren. Vermogensbeheerder Deutsche Digital Assets vatte het scherp samen: een bank als JPMorgan hoeft geen akkoord te vragen aan miljoenen anonieme deelnemers over de hele planeet, maar heeft alleen een bestuursbesluit, een budget en een leverancier nodig. Grote instellingen migreren daardoor sneller, stiller en voorspelbaarder dan een openbare blockchain. Dat is volgens de beheerder geen argument tegen Bitcoin, maar een pleidooi om het besluitvormingsproces serieus te nemen.
De geschiedenis geeft dat gelijk. Een academisch paper uit 2024 wijst erop dat een upgrade pas kan starten als 90 procent van de miners het eens is over de details. Ingrijpende wijzigingen stuitten in het verleden op stevige weerstand. De SegWit-upgrade in 2017 leidde tot zulke diepe onenigheid dat het netwerk via hard forks opsplitste in verschillende versies, waaronder Bitcoin Cash en Bitcoin Gold. Precies dat scenario, maanden touwtrekken terwijl de dreiging groeit, is het risico.
Q-Day is geen datum, maar een tendens
Markten behandelen Q-Day vaak als een schakelaar: versleuteling houdt stand tot een bepaalde dag en klapt dan om. Zervigon vindt dat beeld misleidend, omdat het onderschat hoe vroeg het gevaar al bijt. Een aanvaller hoeft een handtekening niet in real time te kraken. Als het drie of zes maanden kost om data te ontcijferen die dan nog waarde heeft, is het doel evengoed bereikt. Een quantumcomputer heeft dus geen enorme snelheid nodig, alleen genoeg capaciteit om er te komen voordat de buit waardeloos is geworden.












