De prijs van bitcoin schuift richting de 63.000 dollar nu beleggers hun risico terugschroeven na het weer oplaaien van het gewapende conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Bitcoin daalde meer dan 1 procent sinds middernacht UTC, in een bredere golf van risicomijdend gedrag die volgde op de wederzijdse luchtaanvallen van afgelopen weekend. Toch is er ook een tegengeluid: de spot-ETF’s voor bitcoin en ether trokken net weer geld aan na weken van uitstroom, en dat vertelt een ander verhaal over de onderliggende vraag.
Kerncijfers
- Bitcoinkoers: rond 63.000 dollar (-1,8%)
- Brent-olie: +4%, richting 79 dollar per vat
- Belangrijkste steun: 58.000 dollar
- Weerstand: 66.000 en 68.900 dollar
Olie stuwt de macro-angst op
De directe aanleiding zit in de energiemarkt. Brent-olie steeg met meer dan 3 procent tot bijna 79 dollar per vat, omdat het hernieuwde geweld de zorgen aanwakkerde over de scheepvaart door de Straat van Hormuz, een sleutelroute voor olie. Dat prijsverloop is geen detail voor de cryptomarkt. Hogere energieprijzen voeren de inflatiedruk op en verkleinen de ruimte voor een soepeler rentebeleid, een verband dat bitcoin ook bij eerdere olieschokken parten speelde.
De cijfers uit de energiemarkt onderstrepen hoe gevoelig de situatie is. Volgens Al Jazeera klom Brent voor septemberlevering naar 78,82 dollar, het hoogste niveau sinds 22 juni, terwijl het Amerikaanse CENTCOM meldde dat het tientallen aanvallen op Iran had uitgevoerd om diens vermogen om schepen in de straat aan te vallen af te breken. Olieanalist Mukesh Sahdev van XAnalysts verwacht dat Brent de komende maanden in de hoge 70 dollar blijft hangen, met af en toe een piek of dip daarbuiten door de aanhoudende geopolitieke onzekerheid.
Waarom de ETF-instroom telt
Onder die spanning ligt een signaal dat optimisten graag aanhalen. De spot-bitcoin- en ether-ETF’s doorbraken net achtereenvolgende weken van uitstroom, een teken van groeiende vraag naar de twee grootste cryptomunten. Voor wie de markt minder op de voet volgt: een spot-ETF is een beursgenoteerd product dat direct bitcoin aanhoudt, waardoor pensioenfondsen en andere grote partijen exposure kunnen kopen zonder zelf munten te bewaren. De dagelijkse in- en uitstroom geldt daarom als een van de duidelijkste maatstaven voor institutionele belangstelling.
Dat de stroom weer draait, past in een breder patroon van de afgelopen maand. Begin juli keerde de instroom terug toen de Amerikaanse spotfondsen op 2 juli 221,72 miljoen dollar ophaalden en daarmee een uitstroomreeks van tien handelsdagen en 2,7 miljard dollar beëindigden. In de dagen erna volgde meer geld, met een sessie waarin BlackRocks IBIT ruim 209 miljoen dollar binnenhaalde, precies het soort institutionele stap dat analisten scheidt van kortstondig dipkopen.
Taran Dhillon, hoofd digitale activa bij Kula, ziet daarom een dubbele beweging. “This week, crypto markets will experience a ’tug-of-war’ between macro and geopolitics,” zei hij tegen CoinDesk. Hij wijst er ook op dat regelgevende duidelijkheid als rugwind kan werken naarmate de Clarity Act vordert. Al worden de ethische bepalingen nog besproken, in zijn woorden telt zelfs stapsgewijze vooruitgang, omdat elke stap richting helderheid over hoe digitale activa geclassificeerd en gecontroleerd worden de risicopremie verlaagt en de activaklasse makkelijker te onderbouwen maakt voor institutioneel kapitaal.
Wat de grafiek laat zien
Technisch gezien blijft het beeld broos. De koers stuiterde af op de steun rond 58.000 dollar, het 0,618 Fibonacci-retracementniveau, maar zit nog altijd in een bredere neerwaartse trend van lagere toppen. De grootste cryptomunt handelt rond 63.000 dollar, met belangrijke weerstand aan de bovenkant op 66.000 en 68.900 dollar. De RSI staat op ongeveer 38, zwak dus, maar zonder noemenswaardige divergentie die op een trendommekeer wijst.
| Niveau | Koers (USD) |
|---|---|
| Weerstand 2 | 68.900 |
| Weerstand 1 | 66.000 |
| Huidige koers | circa 63.000 |
| Steun | 58.000 |
De week die de richting bepaalt
De komende dagen draaien om macrocijfers. Handelaren letten op de Amerikaanse inflatiecijfers, met dinsdag de CPI en woensdag de PPI, voor aanwijzingen over de volgende zet van de Federal Reserve. Een heter dan verwachte inflatie kan de kans op renteverhogingen opdrijven en de pas herstelde ETF-instroom weer keren, terwijl een zachtere lezing juist steun kan geven. Zo blijft de markt gevangen tussen twee krachten: de geopolitieke schrik uit het Midden-Oosten en de vraagsignalen uit de fondsenstroom.
Op de achtergrond speelt nog een puur technisch bitcoinverhaal. Een voorstel om niet-financiële data van de bitcoin-blockchain te schrappen, bekend als de BIP 110-fork, nadert begin augustus een harde deadline, terwijl de steun onder mijnwerkers vooralsnog onder de 1 procent ligt. Dat maakt de kans op doorvoering klein, maar het houdt de discussie over wat er wel en niet op de keten thuishoort levend.












