Nauwelijks een week nadat augustus als sterkste beursmaand van 2026 werd afgesloten, laat de onderliggende vraag naar Bitcoin alweer barsten zien. Een veelgevolgde on-chain indicator van CryptoQuant, de zogenoemde apparent demand, is opnieuw negatief geworden. Dat gebeurt precies op het moment dat BTC moeite heeft om boven de $77.000 te blijven en dinsdagavond in Europa wegzakte naar een lokaal dieptepunt van $76.400, volgens data van CoinGecko.
Kerncijfers
- Lokaal BTC-dieptepunt: $76.400, daarna terug boven $77.000
- Uitstroom uit Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s: $236 miljoen op een dag
- KOSPI: -4,0% naar 6.562,72
- Nikkei 225: -2,9% naar 64.325,64
De timing is veelzeggend. In augustus won Bitcoin ongeveer 25 procent en stroomde er miljarden aan vers kapitaal richting de spot-ETF’s. Die euforie leek de zwakke plekken onder het oppervlak te maskeren. Nu de rally hapert, komt de vraaguitval weer bloot te liggen. Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s noteerden een dag eerder een uitstroom van $236 miljoen, wat het beeld van afkoelende koopdrang versterkt.
Wat de apparent demand-indicator eigenlijk meet
De indicator is geleend uit de grondstoffenmarkten en meet het verschil tussen de nieuw gedolven uitgifte van Bitcoin en de verandering in inactieve voorraad. Positieve waarden betekenen dat oude, lang stilliggende munten weer in beweging komen en dat de markt die samen met de nieuwe uitgifte moeiteloos opneemt. Dat geldt als teken van gezonde spotvraag. Bij negatieve waarden gaat het de andere kant op: er verdwijnen sneller munten in slaapstand dan miners nieuwe uitgeven. Cointelegraph vat het bondig samen door te stellen dat munten dan “aging into dormancy faster than miners issue them” zijn.
Voor ervaren lezers is dat een bekend waarschuwingssignaal. Voor wie net begint: het betekent simpelweg dat er op dit moment minder actieve kopers zijn die coins uit de markt halen dan het aanbod aankan. Zolang die situatie aanhoudt, is een stevige, duurzame stijging lastiger te onderbouwen. Bitcoin heeft de $77.000 inmiddels heroverd, maar blijft klemzitten onder een cluster aan weerstand.
Macro-onrust drukt op het sentiment
De druk op Bitcoin komt niet uit het niets, maar past in een breder verkoopklimaat op de obligatie- en aandelenmarkten. De obligatie-uitverkoop van eerder deze week zwakte iets af toen de rente op het tienjarige Amerikaanse staatspapier kortstondig onder 4,8 procent dook. Tegelijk gebeurde er iets opvallends in het valutapaar USD/JPY. Rond 13:00 UTC zag de markt een abrupte beweging die breed werd uitgelegd als een nieuwe interventie van een centrale bank. USD/JPY zakte naar 158,5 en trok daarmee weg van het psychologische niveau van 160, dat algemeen wordt gezien als de grens die de Bank of Japan wil verdedigen. Een officiƫle bevestiging bleef vooralsnog uit.
De Aziatische aandelenbeurzen kregen de hardste klappen, waarschijnlijk aangejaagd door oplopende olieprijzen en winstnemingen in de AI-sector. Zuid-Korea ging voorop in de daling.
| Index | Daling | Slotstand |
|---|---|---|
| KOSPI (Zuid-Korea) | -4,0% | 6.562,72 |
| Nikkei 225 (Japan) | -2,9% | 64.325,64 |
| TAIEX (Taiwan) | -1,7% | n.b. |
Chipmakers zaten in het oog van de storm. SK Hynix en Samsung Electronics verloren respectievelijk 4 en 4,7 procent, terwijl de Nikkei werd meegetrokken door techzwaargewichten als SoftBank Group, investeerder in OpenAI. Die combinatie van wegvloeiend ETF-geld, negatieve on-chain vraag en macro-stress verklaart waarom Bitcoin rond $77.000 blijft hangen in plaats van de augustuswinst uit te bouwen. Voor traders is de vraag nu of de spotvraag opnieuw aantrekt, of dat deze negatieve draai het begin markeert van een langere periode van consolidatie onder de weerstandszone.













