De Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) zal Brad Garlinghouse, CEO van Ripple (XRP), en uitvoerend voorzitter Chris Larsen niet langer vervolgen.
De SEC had hen als verdachten opgenomen in een zaak rond vermeende schendingen van effectenwetgeving betreffende XRP-transacties. Nu heeft de regelgevende instantie besloten zich enkel te concentreren op de centrale zaak tegen Ripple zelf.
Seponeren van beschuldigingen
Volgens recente documenten, ingediend op donderdag, hebben de partijen ingestemd met het definitief seponeren van de beschuldigingen tegen de twee topmannen. Echter, de SEC blijft haar claims tegen Ripple voortzetten. Garlinghouse reageerde op deze ontwikkeling door te stellen dat hij en Larsen al bijna drie jaar te maken hebben gehad met “ongegronde beschuldigingen van een regulator met een politieke agenda.”
In een overwinning voor Ripple eerder dit jaar oordeelde rechter Analisa Torres dat Ripple de federale effectenwetten niet had geschonden door XRP beschikbaar te maken voor particuliere beleggers. Wel stelde zij vast dat het bedrijf in overtreding was bij de directe verkoop van XRP aan institutionele beleggers. Deze laatste kwestie zal naar verwachting het belangrijkste discussiepunt blijven tussen de SEC en Ripple.
Na het nieuws over het intrekken van de aanklacht steeg de prijs van XRP met ongeveer 5%, naar $0.51. Ripple beschreef de recente beslissing van de SEC als een “overgave” en bekritiseerde de aanvankelijke vervolging als “absurde theatrics”.
Katherine Kirkpatrick, de hoofd juridische zaken van Cboe Digital, suggereerde op het sociale platform X dat de SEC mogelijk de aanklachten tegen individuele leidinggevenden heeft laten vallen om eerder in beroep te kunnen gaan in de Ripple-zaak.













