In een opvallende rechtszaak in China is een verdachte juridisch veroordeeld voor het stelen van bitcoins door misbruik te maken van een zogenoemde seed phrase. De zaak is extra interessant omdat de rechtbank daarbij impliciet bevestigt dat Bitcoin binnen deze context als eigendom kan worden behandeld. Dat is relevant in een land waar de regelgeving rond cryptovaluta streng is en waar handel en dienstverlening met crypto sterk aan banden zijn gelegd, maar waar geschillen over bezit en diefstal in de praktijk wel degelijk voor de rechter komen.
De kern van de zaak draait om de seed phrase: een reeks woorden die toegang geeft tot een wallet, en daarmee tot de digitale bezittingen die op die wallet worden beheerd. Wie de seed phrase bezit, kan de wallet doorgaans volledig herstellen en de middelen verplaatsen zonder verdere toestemming. In deze zaak zou de dader de seed phrase van het slachtoffer hebben verkregen en vervolgens de bitcoins hebben overgemaakt naar adressen die onder zijn controle stonden. Daarmee werd niet alleen een technische handeling verricht, maar volgens de rechter ook een strafbaar feit: het onrechtmatig toe-eigenen van waarde die aan een ander toebehoort.
Wat deze uitspraak bijzonder maakt, is dat de rechtbank bij de beoordeling van het strafbare gedrag moest vaststellen of bitcoins in deze situatie als “iets” konden gelden dat gestolen kan worden. De rechter kwam uit bij een benadering waarin Bitcoin als een vorm van virtuele eigendom of vermogensrechtelijke waarde wordt gezien. Dat betekent niet automatisch dat crypto in China vrij verhandelbaar is of dezelfde status heeft als wettig betaalmiddel, maar wel dat het in een diefstalcontext als bezit van een individu kan worden erkend en beschermd.
De zaak onderstreept daarmee een belangrijk onderscheid:
- Regulering: China kan het gebruik van crypto voor handel, exchanges en financiële dienstverlening beperken of verbieden.
- Bescherming van burgers: wanneer iemand door fraude of diefstal zijn crypto verliest, kan de rechter alsnog oordelen dat er sprake is van schade aan eigendom.
Voor slachtoffers van dergelijke diefstal draait het vaak om bewijs: wie kan aantonen dat hij de oorspronkelijke eigenaar is, dat er zonder toestemming transacties zijn uitgevoerd, en dat de verdachte toegang had tot de seed phrase? In blockchains zijn transacties weliswaar transparant, maar de koppeling tussen een wallet-adres en een persoon is dat niet vanzelf. Daarom spelen omstandigheden zoals communicatie, getuigenissen, device-gegevens, accounts, of de manier waarop de seed phrase is verkregen vaak een grote rol bij het rondmaken van de bewijslast.
Ook voor de bredere crypto-industrie is dit soort jurisprudentie van belang. Het laat zien dat rechtbanken, zelfs in landen met een hard beleid tegen crypto-activiteiten, pragmatisch kunnen omgaan met de realiteit dat crypto economische waarde vertegenwoordigt voor burgers. Er ontstaat zo een juridische lijn waarin digitale assets niet per se worden omarmd als financieel instrument, maar wel als bezit dat niet straffeloos kan worden afgenomen.
De praktische les voor gebruikers is duidelijk: een seed phrase is in feite de sleutel tot uw volledige wallet. Wie die woorden verliest of deelt, verliest mogelijk alles. Basismaatregelen blijven daarom essentieel, zoals de seed phrase offline bewaren, nooit digitaal doorsturen, en extra voorzorg nemen tegen social engineering en phishing. De uitspraak maakt intussen duidelijk dat daders zich niet kunnen verschuilen achter het idee dat “crypto toch niet echt is”: in elk geval bij diefstal kan het recht wél degelijk tot een veroordeling en erkenning van eigendomsrechten komen.













